EDE, 14 JUNI 2010 – Met de huidige Oranjekoorts zouden we bijna denken dat Nederland enorm betrokken is bij sport. Maar tussen ‘naar sport kijken’ en ‘aan sport doen’ zit nog een gapend gat: zo’n tweederde van de Nederlanders gaat enthousiast naar het WK kijken, maar een derde van alle Nederlanders doet zelf niet of nauwelijks aan sport. Toch zijn de meeste niet-sporters geen sport-haters: ‘ze kunnen er uren naar kijken…’
Dat tweederde van de Nederlandse gezinnen naar het WK gaat kijken, bleek al uit een online onderzoek van RuigrokNetpanel. Maar betekent dit ook dat Nederland sportminded is? Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen heeft door het W.J.H. Mulier Instituut laten onderzoeken wat de motieven zijn van mensen om niet te sporten. Een niet-sporter is iemand die in het afgelopen jaar 0 tot 11 keer heeft gesport, dus minder dan één keer per maand.
Het onderzoek levert opvallende uitkomsten op. Zo blijkt dat onder volwassenen de niet-sporters vooral te vinden zijn onder traditioneel ingestelde, ‘gesettelde’ Nederlanders, met name relatief veel ouderen, vrouwen en lager opgeleiden. Daarnaast zijn onder de niet-sporters veel homoseksuele mannen, mensen met obesitas, niet-westerse allochtonen, mensen zonder werk én Groningers. In totaal voldoet 32 procent van de Nederlandse bevolking niet aan de sportdeelnamenorm. In de tienerjaren loopt het aandeel niet-sporters op van 15 naar 35 procent.
Een andere manier van meten is de 30minutenbewegen-norm, waaraan je minimaal vijf keer per week zou moeten voldoen. Het percentage volwassen Nederlanders dat aan die norm voldoet is de laatste zes jaar gestegen van 44,2% naar 62,6%, dus 38 procent beweegt te weinig. Een niet-sporter kan overigens prima aan de 30minutenbewegen-norm voldoen door bijvoorbeeld veel te wandelen of fietsen. En uit het onderzoek blijkt ook dat de helft van de niet-sporters daaraan voldoet. Anders gezegd: een sporter die één keer per maand sport, is minder goed bezig dan iemand die vijf keer in de week fietst naar zijn werk en verder niet in de buurt komt van een sportveld. Het wel of niet sporten heeft volgens onderzoek van Mulier wel degelijk een verband met het kijkgedrag naar sport op tv: zo kijkt een kwart van de niet-sporters wekelijks naar sport op tv, tegen 38 procent van de sporters.
Niet willen of niet kunnen
Uit het onderzoek blijkt ook dat driekwart van de niet-sportende vijftig-plussers niet van plan is ooit nog actief te gaan sporten. De meeste niet-sporters zijn geen sport-haters, maar staan redelijk positief tegenover sport. Veelgenoemde argumenten van niet-sporters: geen tijd vanwege werk of gezin, gebrekkige gezondheid vanwege obesitas of leeftijd of men vindt zichzelf gewoon te oud om te sporten. Niet willen en niet kunnen ligt vaak dicht bij elkaar: wie motorisch niet zo handig is, vindt sport vaak minder leuk. Voor niet-sportende jongeren geldt dat ze nu vooral liever andere dingen doen. Het onderzoek is uitgevoerd onder een internetpanel van 4200 mensen van 5 tot 80 jaar.
Kansen voor beweegstimulering
Er is maar een kleine groep echte sporthaters (25% van de niet-sporters). De kansen voor organisaties als NISB liggen vooral bij de grote groep niet-sporters die nog te weinig motivatie hebben om actief te worden en er tijd en geld in te investeren. Veel mensen weten wel dat sporten goed is voor de gezondheid, maar dat inzicht vertaalt zich niet in actie. Als ze over de streep getrokken worden, voelen ze het meest voor fitness (23%) en zwemmen (14%) en voor de ouderen vooral wandelen (23%). Verder zou het voor één op de vijf schelen als ze een sportmaatje zouden hebben. Niet-sporters met overgewicht of obesitas geven aan dat ze met een duwtje in de rug wel aan sport zouden willen doen. Dat biedt kansen voor projecten van NISB als bijvoorbeeld BeweegKuur, Bewegen valt goed en In Balans voor specifieke doelgroepen. Met de uitkomsten zal NISB zijn aanpak voor beweegstimulering verder aanscherpen. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van het bestaande sport- en beweegaanbod, zoals meer laagdrempelige instuifactiviteiten, of aan extra aandacht voor kwalitatief goed bewegingsonderwijs voor alle kinderen. Werk aan de winkel dus voor NISB, dat iedereen – jong en oud – actief wil krijgen.
De publicatie ‘Niet-sporters: achtergronden en opvattingen’ is uitgebracht door het W.J.H. Mulier Instituut in opdracht van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen. Auteur is Agnes Elling, m.m.v. Remko van den Dool. De publicatie is een aanvulling op de SportersMonitor, een tweejaarlijks nationaal representatief bevolkingsonderzoek van het Mulier Instituut en NOC*NSF naar sportgedrag en meningen over sport. Het veldwerk is uitgevoerd door GFK onder een internetpanel van 4200 mensen van 5 tot 80 jaar. De publicatie is beschikbaar als PDF via de websites van NISB http://kic.nisb.nl/site/catalogus/show/10944 en het Mulier Instituut: http://www.mulierinstituut.nl/nieuws/?ID=386 Het online onderzoek naar kijkgedrag tijdens de WK vond plaats onder 792 gezinsleden van 12 jaar en ouder door Ruigrok | NetPanel, in opdracht van het Familie Kenniscentrum van uitgeverij Programmabladen AKN. Dit onderzoek is te vinden via www.ruigroknetpanel.nl.